100 jaar vrouwenkiesrecht

de verdienste van Aletta Jacobs


Op 18 mei jl. kwam streekgenoot Joke Rijnoudt ons op plezierige en onderhoudende wijze over de geschiedenis van het Vrouwenkiesrecht vertellen, dat in 1919 tot stand kwam en vanaf 1922 effectief werd.
Centraal in deze geschiedenis staat de persoon van Aletta Jacobs (9 februari 1854 -10 augustus 1929), de dochter van een huisarts in het Groningse Sappemeer
Al vroeg in haar jeugd had ze het plan opgevat om net als haar vader een artsenpraktijk te beginnen. Maar dat ging niet van een leien dakje. In die tijd werden meisjes naar een jongedamesschool gestuurd, waar ze leerden het huishouden te doen en kinderen te verzorgen omdat meisjes toch gingen trouwen. Aletta weigerde dat vastberaden: ze wilde naar de HBS en daarna in Groningen aan de universiteit gaan studeren.
Daarvoor had zij de toestemming nodig van minister Thorbecke. Zijn handtekening zette hij, als laatste officiële daad, op zijn sterfbed. Ze moest echter wel als eerste en enige student een proefjaar ondergaan. Maar alles kwam goed en op 8 maart 1897 behaalde zij haar bul, haar promotie tot doctor in de medicijnen. Sinds 1912 wordt daarom in Nederland de Internationale Vrouwendag gevierd.
Op een studiereis door Engeland maakte zij kennis met de malthusiaanse theorieën over bewust moederschap ofwel anticonceptie. Daarna opende zij haar praktijk op de Herengracht te Amsterdam. Ze hield ook een kosteloos spreekuur voor arme vrouwen en zette zich in voor betere werkomstandigheden voor winkelpersoneel (zitplaatsen) en prostituees.
Ze had een bewonderaar in de persoon van Carel Gerritse, een sociaal-democratische feminist, die haar in haar werk tot steun werd. Deze relatie ontwikkelde zich tot een liefde die uiteindelijk tot een huwelijk leidde, wat haar later in haar leven nog goed van pas zou komen.
Hun relatie was gebaseerd op gelijkwaardigheid. Zonder boterbriefje hadden ze geen woonruimte kunnen krijgen. Nu bewoonden zij een pand op de hoek van de Tesselschadestraat met een gezamenlijke benedenverdieping en voorts voor elk een aparte etage.
Op één van hun reizen (met trein en fiets) maakten ze kennis met het z.g. pessarium occlusivum, een medisch instrument dat oorspronkelijk bestemd wat om de baarmoeder van de vrouw op de goede plaats te houden, maar bovendien geschikt was als voorbehoedmiddel.
Dit ging ze in haar praktijk voorschrijven aan vrouwen die niet zwanger wilden of mochten worden.
Na het overlijden van Carel Gerritse in 1905 ging zij zich geheel richten op de strijd voor het passieve (het recht om gekozen te worden) en actieve stemrecht (het recht om je stem uit te brengen).
Aletta Jacobs overleed in 1929; ze kon met recht trots zijn op wat ze voor de positie van de vrouw heeft kunnen betekenen.
In 1990 werd de Aletta Jacobsprijs voor het eerst door de Rijksuniversiteit Groningen aan "een vrouw met een academische opleiding die een voortrekkersrol vervult op emancipatiegebied en een voorbeeldfunctie vervult voor andere vrouwen".
De eerste vrouw die deze prijs in ontvangst mocht nemen was Marga Bruyn-Hundt (econome, publiciste en feministe; medeoprichter van het maandblad Opzij).
In 2018 werd deze uitgereikt aan Lilianne Ploumen voor het oprichten van het steunfonds She Decides (o.a. voor het faciliteren van veilige abortussen in arme landen).
In 2020 ging de prijs naar Khadija Arib, voorzitter van de Tweede Kamer en medeoprichter van de Marokkaanse Vrouwen Vereniging Nederland.
In 2020 ging de onderscheiding naar Rebecca Gomperts, oprichter van Women on Waves.


Annemarie Broek